Onderstaande stukken zijn geschreven door Marjan van der Dennen, en mogen op geen enkele manier worden gepubliceerd, herschreven, of heruitgegeven.
Vachtverzorging bij de Pekingees
De vacht van de Pekingees is een van zijn rastypische schoonheden. Je moet er dan ook wat extra aandacht aan besteden. Hier wat richtlijnen.
Eerst de normale dagelijkse verzorging. Dat valt in de praktijk best mee. Afhankelijk van het type vacht is een of twee keer per week borstelen voldoende.Als je te vaak en te veel borstelt haal je de hele ondervacht eruit daar wordt hij niet mooier van.
Je begint met het nakijken op klitjes, die zijn meestal achter de oren en achter de voorpootjes te vinden en soms ook in de liezen. Met een grove kam en met de vingers haal je die er voorzichtig uit. Dan borstel je de vacht goed door. De vacht wordt mooi los als je wat poeder voor het borstelen over de vacht verdeeld. Eventuele vuiltjes borstel je er dan ook meteen uit en hij ruikt weer lekker. Op het kopje strijk je de haren glad, maar de rest van het haar wordt naar de kop toe geborsteld. Vergeet de buik en de pootjes niet en de haren onder zijn kin en in de broek en staart. Leg hem maar lekker op zijn rug.
Na het borstelen maak je de oogjes schoon met een papieren zakdoekje strijk je voorzichtig naar de neus toe, controleer of de oortjes van binnen schoon zijn. Eventueel ook met een papieren doekje schoonmaken en wat oorcleaner gebruiken. Kijk vervolgens de voetjes na. Regelmatig de haren tussen de kussentjes wegknippen zodat hij op de voetjes en niet op de haren loopt. Dit helpt tegen vuil en houd de nagels kort. Ook de nagels moeten af en toe geknipt worden. Bij rose nagels is goed te zien hoever het leven in de nagel doorloopt, Bij zwarte nagels is dat moeilijker. Soms heeft het hondje vuil in de broek, dat zijn de lange haren aan zijn achterpootjes en daar blijft wel eens iets in hangen. Als u het niet kunt uitborstelen, zet hem dan onder de kraan, maar alleen het stukje onder de staart. Een flinke straal water en de kam helpt altijd de ongerechtigheid te verwijderen. Natuurlijk maakt u hem ook weer droog.
Het werkt het makkelijkst op tafelhoogte. Geef het hondje zijn eigen grote handdoek die u altijd onder hem legt. Laat hem hieraan wennen, dan vind het hondje de verzorging prettig en ervaart het als een moment van extra aandacht.
Natuurlijk komt uw hondje ook in de verharing. Pekingezen hebben een dubbele vacht en reageren op de seizoenen. De teefjes reageren ook nog op de loopsheid. De vachtwisseling is in het voorjaar en najaar. De teefjes beginnen ongeveer 6 weken voor de loopsheid uit te haren. In het begin kunt u gewoon doorgaan met de verzorging. Maar als de vacht echt los komt, pak dan de kam en probeer vanaf de huid de losse haren uit te kammen. Het is belangrijk dat u vanaf de huid kamt omdat de ondervacht los komt en die moet eruit. Het hondje kan ook jeuk van de losse haren krijgen. Als die losse haren niet worden verwijderd, kan de vacht gaan vervilten en dan heb je echt een probleem. Ook voor het hondje is dat heel naar. Als u denkt dat de meeste haren weg zijn, kunt u hem in bad doen. Dan wast u de laatste losse haren eruit. Normaal hoeft een Peekje niet in bad want zijn vacht is zelfreinigend vooral als u op de bovengenoemde manier borstelt. Maar het is ook prettig als het verharen weer voorbij is. Een loops teefje kunt u het speciale hondenbroekje aandoen dat daarvoor in de handel is. En ook regelmatig tussen de pootjes afspoelen. Na de loopsheid kunt u haar een extra beurtje geven en ook eventueel een bad geven.
Sommige van ons gaan graag af en toe met hun hondje naar de tentoonstelling. Dan komt er een showtoilet aan te pas. Hoe pak je dat aan. Om te beginnen, we doen de hond NIET in bad.
Het is belangrijk dat de vacht volume heeft. Een paar dagen van tevoren begin je met hem goed te borstelen en alles na te kijken zoals bovengenoemd. De dag voor de show kun je hem met een coat dressing behandelen. Daar zijn speciale honden verzorging producten voor verkrijgbaar. Deze zorgen dat de vacht wat meer volume krijgt en als je er dan wat poeder door borstelt houdt dat beter vast. En dan is het zaak heel grondig te borstelen. Echt ieder haartje moet geraakt worden. En wat betreft de presentatie, je hebt natuurlijk al met hem geoefend. Hij moet keurig op tafel staan en het prima vinden als de keurmeester hem bekijkt. Een Peekje wordt niet op zijn gebit gekeurd, maar toch willen veel keurmeesters in zijn bekje kijken, dus dat moet hij wel toestaan, Als hij niet wil kun je aan de keurmeester vragen of jij zijn tanden mag laten zien. Als de keurmeester klaar is op tafel moet je met hem lopen, je houd het hondje links van je. Loop niet te hard, de Pekingees moet een waardig en rollend gangwerk laten zien. Dat gaat niet als je te snel loopt. De keurmeester zegt hoe je moet lopen , dat kan een driehoek zijn of recht op en neer. Meestal beide. Dan gaat de keurmeester het verslag schrijven en jij zet het hondje zo voor de keurmeester neer dat hij hem nog op zijn voordeligst ziet. Daarna ga je weer naar je plaats bij de andere exposanten en tot slot maakt de ringmeester de plaatsing bekend.
Ik heb nu alle fasen van de verzorging besproken. Tot slot nog welke attributen heb je nodig? Een grove kam van metaal, een fijn kammetje voor zijn snoetje, Een goede borstel, geen nylon daar wordt hij statisch van en dat is heel naar voor hem. Ook een borstel met metalen pennetjes vrij lang, is heel handig, omdat die heel goed losse haren verwijdert doordat hij diep in de vacht grijpt. Zijn eigen handdoek en als je met hem naar de show gaat, een showlijntje.
Veel succes, Marjan van der Dennen.
Zin en onzin over de Pekingees
Het ras Pekingees, is een heel oud cultuurras. Het is een gezelschaphondje. Het ras heeft zijn oorsprong in China, net als de andere kleine oosterse rassen zoals de Japanse Spaniel en de Shi-Tzu. Hij heeft zijn naam aan de hoofdstad van China, Peking, nu Beijing te danken. De eerste Pekingezen in Europa zijn omstreeks 1860 naar Engeland gebracht nadat ze uit de Paleizen gestolen waren tijdens een oorlog tussen Engeland en China.
Engeland heeft het zogenaamde Patronaat over het ras. Dat betekend dat de Engelse Kennelclub de rasstandaard vaststelt. Daar houden alle bij de FCI aangesloten landen zich aan. De rasstandaard van de Pekingees is in 2004 bijgesteld.
Laten we hem, de Pekingees eens nader onder de loep nemen.
Ma Schoor, de God-Mother van onze Club en de Pekingezen , tevens grote liefhebber en keurmeester van het ras in de vorige eeuw, zei over de Pekingees, het is een tegengestelde hond. Daarmee bedoelde ze dat het uiterlijk van de Peek tegengesteld is aan andere rassen.
Te beginnen bij zijn bouw, Klein, laag, maar verrassend zwaar. Zijn borst hangt tussen zijn voorpoten. Om dan tot een goed gangwerk te komen is het noodzakelijk dat zijn voorbenen om de borst gebogen worden. En dat de voeten weer terugbuigen, anders gaat hij op zijn platte neusje. De natuur heeft hierin keurig voorzien. Het logische gevolg is dat hij kleine passen moet nemen. Geen probleem. De keurmeesters weten dit en de Peek mag op shows een kleiner rondje maken dan de andere rassen. Maar lopen kan hij wel degelijk. Voor eens en voor altijd, ze kunnen het en ze doen het, ze vinden het zelfs leuk. De specifieke bouw tezamen met het karakter heeft het prachtig rollende en waardig gangwerk ten gevolge.
De volgende fabel is, de ogen. Die kunnen er zomaar uitrollen denken onkundigen van het ras. In de standaard staat, de ogen zijn groot en stralend. Nu dat zijn ze ook, groot en stralend, dat is niet uitpuilend en in de 36 jaar dat ik Peken bezit, show en fok, is er nog nooit een oog uitgerold. Er komen wel oogbeschadigingen bij Pekingezen voor, maar dat is vaker het gevolg van het feit dat de hond geen lange snuit heeft en lang gras of takjes eerder in het gezicht krijgt. Dus een taak van de eigenaar dit te voorkomen. De hond kan ook ouderdomsstaar krijgen, maar PRA komt in het ras niet voor. Dit heb ik nagevraagd bij de oogspecialist van Utrecht die bij onze clubmatch de oogtest PRA/Cataract afneemt.
En dan het fokken met de Pekingees. Ook daarover doen vele fabels de ronde. Een moeilijk ras om voort te planten. Nu is fokken met welk ras dan ook altijd een hele sinecure. Iedere fokker gaat daar zeer zorgvuldig mee om. Niemand haalt het in zijn hoofd een werpende teef alleen te laten. Zo is het bij de Peek ook. In mijn ervaring kan een normale teef een nest normaal geboren laten worden. Over de jaren heen zijn er heel veel gezonde zelfgeworpen nesten geboren. Een attente moeder kan met haar wasgedrag een pup goed op gang helpen. Natuurlijk heeft een Pekingees met zijn korte neus wat moeite om geboren te worden. Alle kortneuzen hebben dat omdat de kop wat dikker is dan bij andere rassen. Maar een Pekingees is ook een sterke hond, de natuur heeft zich ook hier aangepast.
Dat brengt mij op de korte neus. Er zijn tegenwoordig nogal wat tegenstanders van honden met korte neuzen. Ook internationaal. Men verliest kennelijk uit het oog dat hier een hele evolutie aan ten grondslag ligt. Er is niet in een tijdbestek van enkele tientallen jaren een ras ontworpen. Het gaat om een mutatie van vele eeuwen. Als je de ontwikkeling nauwkeurig bekijkt zie dat de natuur alle tegenstellingen op andere rassen geweldig heeft aangepast. Daar is door kynologen door selectief fokken aan meegewerkt. Maar selecteren kan alleen als er iets te selecteren valt, kortom de pups moeten wel geboren worden met de gewenste eigenschap. En er is gebleken, hoe beter de hond aan de rasstandaard voldoet, des te beter de hond kan functioneren. Natuurlijk is de rasstandaard door kynologen geschreven, maar altijd naar het beeld van een ideaal exemplaar van een ras. En zeker de laatste decennia gaan de kynologen ervan uit dat de gezondheid van hondenrassen voorop moet staan. Men is zich ervan bewust dat overdrijving schadelijk is. Dat is een goede ontwikkeling.
Dus…, hopelijk schieten de hedendaagse kynologen of wetenschappers niet door in de mening dat een tegenstelling ten opzichte van de ‘meeste’ rassen als een afwijking moet worden gezien. Dat zou op termijn veel schade bezorgen, zelfs het einde van sommige eeuwenoude rassen kunnen betekenen.
Tegenstellingen zijn geen afwijking dat wist Ma Schoor ook al.
